Blog

Troffee

‘Hoe kunnen we jullie helpen?’, vroeg een andere ziekenhuisbestuurder ooit aan me. ‘Kunnen we de regionale zorg verder versterken door dingen samen anders te doen?’ Het hele gesprek ademde saamhorigheid.
9 december 2021 | 2 minuten lezen

Dat ons samenwerkingsverband zo soepel verliep, was grotendeels te danken aan deze ene vrouw. Ze dacht alleen in win-win.

Hier kunnen veel anderen in de zorgsector een voorbeeld aan nemen. Ik zie leuke initiatieven en er worden veel mooie netwerken opgetuigd, maar vaak is het toch hard tegen hard. Bij cao-onderhandelingen lukt het de beroepsgroep niet één vuist te maken, omdat onze visie op de problematiek zo versplinterd is. Ook het gezamenlijk optreden van werknemers en werkgevers richting de politiek ontbreekt. Veel organisaties treden op als solisten: ze redden vooral hun eigen hachje.

We kunnen niet zonder elkaar, nu we zoveel uitdagingen het hoofd moeten bieden. Maar wil samenwerking slagen, dan moeten we er eerst in gelóven.

De vraag is: hoe versterk je dat geloof?

Ten eerste zou je kunnen onderzoeken waarom je eigenlijk samenwerkt. Je gaat als het ware op zoek naar je true north. Ik heb zelf ook eens meegemaakt dat visie A en visie B in een samenwerkingsverband botsten. Als groep stelden we onszelf toen een aantal waaromvragen. Waarom hebben we elkaar nodig? Waarom is dat zo belangrijk? Waarom is er sprake van weerstand? Wat is ieders organisatiebelang en waarom is dat zo? Waar willen we samen heen en waarom? Het verrassende was: we concludeerden dat we dezelfde ambitie hadden. Vanaf dat moment verzachtte de toon en vonden we elkaar vrij snel in visie C.

Ten tweede helpt het als je als bestuurder of manager mensen in andere zorgorganisaties meer als collega dan als concurrent beschouwt. Creëer vooral geen fictieve vijanden en sluit (bewust of onbewust) ook geen partijen uit. Die neiging is bij velen groot! Ook bij mezelf. Ik heb de cliëntenraad regelmatig over het hoofd gezien of stond argwanend ten opzichte van bepaalde groepen of organisaties; ik probeer nu vaker bewust contact te zoeken met degenen die wat verder van me af staan.

Ten derde is het essentieel dat we op onze taal letten. Als jij spreekt over winnen, betekent het dat er iemand anders verliest – zo simpel is het. Als je goed luistert, hoor je vaak de woorden ‘elkaar verslaan’, ‘scoren’, ‘de beste zijn’ of ‘de grootste worden’. En bij het opstellen van contracten met verzekeraars hoor ik zelfs regelmatig dat ‘het jachtseizoen is geopend’. Ronduit onthutsend. Maar het gekke is: het is volkomen geaccepteerd. Verbindende woorden brengen ons in mijn ogen veel verder: ze geven vorm aan de gewenste cultuur. En als je die verbinding meer vóélt, wordt het vanzelf minder erg om iets toe te geven of los te laten. De verbetenheid gaat eruit.

Dat laatste is de bedoeling, want de zorg is natuurlijk geen wedstrijd. Het enige doel is dat we samen voor de patiënt een zo perfect mogelijke zorgomgeving creëren. Natuurlijk zijn je mensen en je organisatie belangrijk, maar uiteindelijk dient alleen de patiënt er met de trofee vandoor te gaan.

dr. Kjeld Harald Aij, MBA is zowel verpleegkundige als bedrijfskundige en heeft ruim twintig jaar ervaring in de gezondheidszorg. Sinds 2020 bekleedt hij een directiefunctie bij Erasmus MC. Verder verzorgt hij trainingen over leiderschap, verandermanagement en lean denken en werken. Onlangs verscheen zijn boek ‘Ter observatie – Grip op de zorg in 44 praktijkverhalen’. Eerder publiceerde hij ‘Wie vraagt wordt beter’ en ‘L² Zorg. Lean leiderschap in de praktijk’.
Vraag & AntwoordKalenderKennisbank